In onze regio rijd je langs eindeloze velden met olijfbomen. Heuvels vol groen, rijen bomen die maar doorgaan. Dat beeld zie je hier zo vaak dat het vanzelf nieuwsgierig maakt. Wat gebeurt er eigenlijk met al die olijven?

In Spanje ontkom je er niet aan: olijfbomen. Waar je ook rijdt, ze staan er. Niet zo gek ook, want Spanje is de grootste producent van olijfolie ter wereld. Vooral hier in Andalusië horen olijfbomen net zo bij het landschap als sinaasappelbomen en witte dorpen.

Vandaag zijn we naar Aceites Molisur gereden, een olijfoliemolen in het achterland van Málaga, bij Alhaurín el Grande. Vanaf ons appartement is het een kleine 25 kilometer rijden. 
De toegangskaarten had ik vooraf gereserveerd. Dat raad ik ook aan, want zo weet je zeker dat je kunt aansluiten bij een rondleiding. Bij aankomst worden we welkom geheten en beginnen we buiten, tussen de bomen.

Voordat we ook maar één machine zien, gaat het eerst over de olijf zelf. In deze regio groeien verschillende soorten, zoals Manzanilla Aloreña, Hojiblanca en Marteña. Elk met een eigen smaak en gebruik. En nog iets wat we meteen leren: een olijf rechtstreeks van de boom eten is geen goed idee. Ze zijn van zichzelf behoorlijk bitter en moeten eerst worden verwerkt voordat ze lekker zijn.

Die verwerking gebeurt zo snel mogelijk na de oogst. Hoe korter de tijd tussen boom en pers, hoe beter de kwaliteit van de olie. In het oogstseizoen is het hier dan ook flink aanpoten. Alles draait om timing en goede afspraken, zodat de olijven niet blijven liggen maar direct de molen in kunnen.

Na de uitleg buiten lopen we door naar een deel waar de geschiedenis nog zichtbaar is. Hier staat de oude molen, een mooi contrast met wat we later gaan zien. Grote stenen, eenvoudige technieken en vooral veel handwerk. Het is bijna niet voor te stellen dat hier ooit op grote schaal olie werd geproduceerd. Het geeft meteen respect voor het vak. Olijfolie is geen hip product, maar iets wat hier al eeuwenlang wordt gemaakt.

Dan is het tijd voor iets waar ik persoonlijk altijd blij van word: de proeverij. We proeven verschillende oliën en leren waar je op moet letten. Kleur blijkt veel minder belangrijk dan je zou denken, geur en smaak juist wel. Je ruikt, slurpt (ja, dat hoort zo) en merkt hoe groot de verschillen zijn.
Sommige oliën zijn zacht en fris, andere pittiger, met dat typische prikkelende gevoel achterin je keel. 

Na het verleden en het proeven, gaan we door naar het hart van Aceites Molisur: de moderne productieruimte. Grote, glimmende machines, alles overzichtelijk en schoon. Hier gebeurt het echte werk van nu. De olijven worden gewassen, vermaald en geperst met technieken die vooral gericht zijn op kwaliteit en temperatuurbeheersing. Alles is erop gericht om die olie zo puur mogelijk in de fles te krijgen. 

Zoals bij veel rondleidingen eindigen ook wij in de winkel en dat is hier geen straf. We weten nu waar we op moeten letten en nemen olijfolie en olijven mee. Het is simpel: je weet nu wat je koopt, je hebt gezien waar en hoe het wordt gemaakt en dat maakt het extra leuk. Ook fijn om te weten: via de website bezorgen ze de olijfolie zelfs tot in Nederland.

Het was weer zo’n fijne dag: niet ver rijden, veel gezien en weer iets geleerd over het alledaagse Spanje. En ja, voor goede olijfolie rijden we dit korte stukje met plezier nog eens.

Wil je ook Aceites Molisur bezoeken: Aceites Molisur® I Aceite de oliva virgen extra Málaga I Líder en Andalucía